Met de molens komen natuur, landschap en monumenten bij elkaar. Dankzij poldermolens kon het unieke veenweidelandschap in het westen en noorden van de provincie Utrecht ontstaan. Korenmolens bepalen al eeuwenlang het silhouet van vele stadjes.

Poldermolens drijven een scheprad of vijzel aan. Hiermee maalt de molen overtollig water vanuit de polder naar de boezem. Grote delen van het westen van de provincie Utrecht zijn vanaf ongeveer 1100 ontgonnen. De woeste veengronden werden door kolonisten in cultuur gebracht. Ze groeven sloten en weteringen om het overtollige water af te voeren naar de veenriviertjes. Het werd in die tijd steeds moeilijker om het water uit de polders op natuurlijke wijze af te voeren. De introductie van de poldermolen bracht uitkomst. Zonder molens zouden de moeizaam ontgonnen gebieden al vele eeuwen geleden weer onder water zijn gelopen.

Met Korenmolens werd graan gemalen voor het brood. Daarom staan korenmolens meestal in de dorpen en stadjes. Om voldoende wind te kunnen vangen zijn korenmolens op een hoge plek in de stad gebouwd. Als er geen hoge plek voorhanden was, zette men de molen op een voetstuk. Een voorbeeld daarvan is De Hoop in Loenen aan de Vecht. Om de molen te kunnen bedienen, moest dan wel een stelling worden gebouwd. Vanaf de stelling kan de molenaar de kap van de molen kruien (draaien) en daarmee op de wind zetten. De wieken zetten vervolgens via diverse wielen de molenstenen op de steenzolder in beweging.

De tocht voert langs een aantal bijzondere molens langs en in de omgeving van de rivier de Vecht en wordt gereden op:

  • zaterdag 13 mei 2017
  • zaterdag 5 augustus 2017

Startpunt: Kerkbrink, Museum Hilversum (10.00 uur)

Terug naar ROUTES