De Gooische Moordenaar is de bijnaam van de tramdienst die van 1882 tot 1947 de verbinding tussen de plaatsen in het Gooi onderhield. In 1874 was de spoorlijn van Amsterdam naar Amersfoort tot stand gekomen, maar behalve Naarden, Bussum en Hilversum hadden de andere plaatsen in het Gooi geen station. Voor het realiseren van een betere bereikbaarheid van de andere dorpen werd de Gooische Stoomtram opgericht op 17 december 1880. Een van de initiatiefnemers was Jan Hamdorff die in Laren een hotel dreef. Hij hoopte door een betere verbinding op meer gasten.
In eerste instantie kwam er een lijnverbinding van de Gooische Stoomtram tussen Amsterdam (station Weesperpoort) via Muiden en Naarden naar Laren en direct daarna in 1882 een verbinding tussen Hilversum en Huizen. Een jaar later kwam er ook een verbinding van de (Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM) tussen het station Naarden-Bussum en Huizen (geëxploiteerd door de Stoomtram Maatschappij Bussum-Huizen). Die werd in 1917 overgenomen door de Gooise Stoomtram (GS).

De tramverbinding is in gebruik gebleven tot 1947, waarna de autobussen van de Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij (NBM) de verbindingen overnamen. In 1939 werd overigens de dienst tussen Amsterdam en Naarden reeds vervangen door een busdienst. De oorzaak was het opheffen van Station Weesperpoort. Bovendien wilde Rijkswaterstaat de tram weghebben van de Rijksstraatweg (Rijksweg 1), die werd verbreed. Ook de lijn van Huizen naar Laren onderging dat lot. De rails op beide trajecten werden verwijderd.

In de jaren twintig van de vorige eeuw werden de stoomtrams grotendeels vervangen door motortrams. Die reden eerst op benzine, later op diesel. Een plan tot elektrificatie is nooit doorgegaan wegens bezwaren (o.m. van Jac. P. Thijsse) tegen horizonvervuiling door bovenleidingmasten bij het Naardermeer. Blijkbaar riepen uitlaatgassen toen minder bezwaren op!

In de volksmond werd de tram De Gooische Moordenaar genoemd, wegens de vele ongevallen, die in totaal aan 117 mensen het leven kostten. Belangrijkste oorzaak was het steeds drukker wordende wegverkeer, waardoor de confrontaties met de tram toenamen.

In de Tweede Wereldoorlog ontstond brandstofschaarste waardoor de bussen en de motortrams (tussen Bussum, Huizen en Hilversum) niet meer konden rijden. Hierdoor werden vanaf 1940 enkele in het land nog aanwezige stoomlocomotieven weer voor reizigersvervoer in het Gooi ingezet. Behalve tijdens de spoorwegstaking bleven de trams ook in de oorlog rijden op de route Hilversum, Laren, Blaricum, Huizen, Naarden-vesting, Station Naarden-Bussum v.v. In oktober 1947 reed de laatste tram. Alleen het goederenvervoer van Naarden-Bussum naar Huizen bleef nog tot 1958.

Enkele rijtuigen van de Gooise Moordenaar werden gebruikt als noodwoningen aan de Goudenregenstraat in Hilversum. Een van de stoomlocomotieven rijdt nog steeds op het museumspoor Hoorn-Medemblik, tezamen met twee gerestaureerde rijtuigen. Eén motowagen wacht daar op restauratie.

De fietsroute volgt de tramroute die de Gooische Moordenaar reed van 1940 tot 1947 vanaf station Hilversum, via Laren, Blaricum, Huizen en Naarden-vesting naar station Naarden-Bussum. De totale afstand van de route is 28 KM (inclusief de terugreis van Bussum naar Hilversum).